|
U zocht "Maria" en Uw zoekopdracht leverde
58 resultaten op. Juist, de complete bijbel, alle boeken
van het oude en het nieuwe testament. En dat beterft
niet alleen hits van de Heilige Maagd.
Bij Mattheüs 1 : 16 Matthan was de vader van Jakob;
Jakob de vader van Jozef, die getrouwd was met Maria,
de moeder van Jezus, die Christus genoemd wordt.
Mattheüs 1 : 18 Aan de geboorte van Jezus Christus
gingen enkele bijzondere gebeurtenissen vooraf. Toen
Zijn moeder Maria met Jozef verloofd was (en dus nog
niet met hem samenwoonde) bleek zij in verwachting te
zijn door de Heilige Geest.
Mattheüs 1 : 20 Terwijl hij hierover lag na te
denken, kreeg hij een droom en zag een engel van God
naast zich staan. "Jozef, zoon van David",
zei de engel, "u kunt gerust met Maria trouwen.
Mattheüs 1 : 25 Hij deed wat de engel had gezegd
en trouwde met Maria. Maar hij had geen gemeenschap
met haar tot na de geboorte van het kind. En Jozef noemde
Hem Jezus.
Mattheüs 2 : 11 Zij gingen naar binnen en vonden
het kind en Zijn moeder Maria. Eerbiedig knielden zij
voor Hem neer. Zij gaven Hem kostbare geschenken: goud,
wierook en mirre.
Mattheüs 2 : 14 Jozef stond meteen op en vertrok
diezelfde nacht nog met Maria en het kind naar Egypte.
Hij bleef daar tot Herodes gestorven was.
Mattheüs 13 : 55 "Hoe is dit mogelijk?"
zeiden zij daar. "Hij is toch de zoon van onze
timmerman! En we kennen allemaal Zijn moeder Maria en
Zijn broers Jakobus, Jozef, Simon en Judas. Zijn zusters
wonen hier ook.
Mattheüs 27 : 56 Onder hen waren Maria van Magdala,
Maria de moeder van Jakobus en Jozef, en de moeder van
Jakobus en Johannes (de zonen van Zebedeüs).
Mattheüs 27 : 61 Maria van Magdala en de andere
Maria zaten tegenover het graf.
Mattheüs 28 : 1 Op de dag na de sabbat gingen
Maria van Magdala en de andere Maria voor dag en dauw
naar het graf.
Markus 6 : 3 "Dit is toch de timmerman, de zoon
van Maria en de broer van Jakobus en Jozef en van Judas
en Simon? En Zijn zusters wonen ook hier in Nazareth.
Wat verbeeldt Hij Zich wel?" Het was duidelijk
dat zij niets van Hem moesten hebben.
Markus 15 : 40 Een aantal vrouwen stond op een afstand
te kijken. Onder andere Maria van Magdala, Salomé
en Maria, de moeder van de jonge Jakobus en Joses.
Markus 15 : 47 Maria van Magdala en Maria, de moeder
van Joses, waren meegegaan om te zien waar Jezus werd
neergelegd.
Markus 16 : 1 De volgende avond, toen de sabbat voorbij
was, kochten Maria van Magdala, Salomé en Maria,
de moeder van Jakobus, kruiden om het lichaam van Jezus
te balsemen.
Markus 16 : 9 Jezus was op zondagmorgen vroeg weer
levend geworden. De eerste die Hem daarna zag, was Maria
van Magdala, uit wie Hij zeven boze geesten had weggejaagd.
Lukas 1 : 27 Hij moest bij Maria zijn, een jonge vrouw
die verloofd was met een zekere Jozef, die nog van koning
David afstamde.
Lukas 1 : 29 Maria raakte daardoor in de war en werd
bang. Zij vroeg zich af wat hij bedoelde.
Lukas 1 : 30 "Wees niet bang, Maria", zei
de engel, "want God heeft besloten u heel bijzonder
te zegenen.
Lukas 1 : 34 "Maar hoe kan ik een kind krijgen?"
vroeg Maria. "Ik ben nog maagd."
Lukas 1 : 38 "Goed", zei Maria, "de
Here mag met mij doen wat Hij wil. Ik hoop dat het zo
zal gaan als u mij hebt gezegd." Daarop ging de
engel weg.
Lukas 1 : 39 Kort daarop reisde Maria zo vlug zij kon
naar het bergland van Judea om Elisabeth te bezoeken.
Lukas 1 : 41 Toen Elisabeth de groet van Maria hoorde,
begon het kindje in haar buik te trappelen. En Elisabeth
zelf werd vol van de Heilige Geest.
Lukas 1 : 42 Zij jubelde het uit en zei tegen Maria:
"Jij bent de gelukkigste vrouw van de hele wereld.
Jouw kind is heel bijzonder in de ogen van God.
Lukas 1 : 46 Maria antwoordde: "Ik prijs de Here
met mijn hele hart!
Lukas 1 : 56 Maria bleef ongeveer drie maanden bij
Elisabeth. Toen ging zij terug naar huis.
Lukas 2 : 5 Samen met Maria, zijn zwangere vrouw, verliet
hij Nazareth in Galilea om zich te laten inschrijven.
Lukas 2 : 6 Toen zij in Bethlehem waren, moest Maria
bevallen. Zij bracht haar eerste kind ter wereld, een
jongen. Zij wikkelde hem in doeken en legde hem in een
voerbak, want in de herberg van het dorp hadden Jozef
en Maria geen onderdak kunnen vinden.
Lukas 2 : 16 Zij liepen snel naar het stadje, vonden
Maria en Jozef en zagen het kind! Het lag in een voerbak.
Lukas 2 : 19 Maria nam deze dingen stil in zich op
en dacht er veel over na.
Lukas 2 : 21 Acht dagen later werd de voorhuid van
het kind weggesneden. Het kreeg de naam Jezus, zoals
de engel had gezegd toen hij Maria kwam vertellen dat
zij zwanger zou worden.
Lukas 2 : 22 Na de bevalling was Maria volgens de Joodse
wet veertig dagen onrein. Toen die tijd voorbij was,
ging zij met haar man naar Jeruzalem om het kind aan
de Here op te dragen.
Lukas 2 : 27 De Heilige Geest had hem ertoe gedrongen
die dag naar de tempel te gaan. Terwijl hij daar was,
zag hij Jozef en Maria komen om (in gehoorzaamheid aan
de wet) het kind Jezus aan God op te dragen.
Lukas 2 : 33 Verwonderd luisterden Jozef en Maria naar
wat Simeon over hun kind zei.
Lukas 2 : 34 Simeon noemde hen bevoorrechte mensen.
"Maar", waarschuwde hij Maria, "er zal
een zwaard door uw ziel gaan. Want velen in Israël
zullen zich aan dit kind ergeren, tot hun eigen ongeluk.
Maar vele anderen zal Hij de grootste vreugde geven.
Hij zal de diepste gedachten van de mensen aan het licht
brengen."
Lukas 2 : 38 Zij kwam er net aan terwijl Simeon met
Jozef en Maria stond te praten. Ook zij begon God te
danken. Aan iedereen die uitkeek naar de bevrijding
van Jeruzalem, vertelde zij dat de Christus was gekomen.
Lukas 8 : 3 Onder hen waren Maria van Magdala (uit
wie hij zeven boze geesten had weggejaagd), Johanna
(de vrouw van Chuzas, die een belangrijke funktie had
in de regering van Herodes) en Suzanna.
Lukas 10 : 39 De zuster van deze vrouw, Maria, ging
meteen bij Jezus zitten om naar Hem te luisteren.
Lukas 10 : 41 "Martha, Martha", antwoordde
Jezus. "Wat maak je je toch druk! In het leven
heb je niet zoveel nodig. Eigenlijk maar één
ding. Maria heeft dat ene ontdekt en het zal haar niet
worden afgenomen."
Lukas 24 : 10 Maar toen de vrouwen (het waren Maria
van Magdala, Johanna, Maria (de moeder van Jakobus)
en verschillende anderen
Johannes 11 : 1 Lazarus uit Bethanië, de broer
van Maria en Martha, was ziek.
Johannes 11 : 2 Maria was de vrouw die kostbare parfumolie
over de voeten van Jezus uitgoot en deze met haar lange
haar afdroogde.
Johannes 11 : 5 Hoewel Jezus veel van Martha, Maria
en Lazarus hield, maakte Hij geen aanstalten naar hen
toe te gaan.
Johannes 11 : 19 Er waren verscheidene Joden gekomen
om Martha en Maria te troosten over het verlies van
hun broer.
Johannes 11 : 20 Zodra Martha hoorde dat Jezus er aankwam,
ging zij Hem tegemoet. Maar Maria bleef thuis.
Johannes 11 : 28 Hierna ging zij weg om haar zuster
te halen. "Maria", zei zij zacht, "de
Meester is er en Hij wil je spreken."
Johannes 11 : 29 Maria stond onmiddellijk op en ging
naar Jezus toe.
Johannes 11 : 31 De Joden die bij Maria waren om haar
te troosten, zagen hoe zij vlug opstond en naar buiten
liep. Zij volgden haar omdat zij dachten dat zij naar
het graf ging om haar verdriet uit te huilen.
Johannes 11 : 32 Toen Maria bij Jezus kwam, viel zij
voor Hem op de knieën en zei: "Here, als U
hier geweest was, zou mijn broer niet gestorven zijn!"
Johannes 12 : 3 Maria nam dure nardusolie, goot die
over de voeten van Jezus en droogde deze daarna af met
haar lange haar. De fijne geur van de nardus vulde het
hele huis.
Johannes 19 : 25 Jezus' moeder stond met haar zuster,
Maria van Klopas en Maria van Magdala bij het kruis.
Johannes 20 : 1 Op zondagmorgen, de morgen na de sabbat,
ging Maria van Magdala al heel vroeg naar het graf.
Toen zij daar aankwam, zag zij dat de steen voor de
ingang was weggerold.
Johannes 20 : 11 Maria van Magdala bleef echter bij
het graf achter.
Johannes 20 : 13 "Waarom huilt u?" vroegen
zij haar. "Ze hebben mijn Heer weggenomen",
antwoordde Maria, "en ik weet niet waar Hij is."
Johannes 20 : 16 "Maria", zei Jezus. Zij
keek Hem aan. "Meester!" riep zij uit.
Johannes 20 : 18 Maria ging snel naar Jezus' discipelen.
"Ik heb de Here gezien!" zei ze en vertelde
hun wat Hij tegen haar gezegd had.
Handelingen 1 : 14 Zij baden voortdurend met elkaar,
samen met de vrouwen die met Jezus waren meegekomen,
Zijn moeder Maria en Zijn broers.
Handelingen 12 : 12 Hij dacht even goed na en ging
toen naar het huis van Maria, de moeder van Johannes
Markus. Daar waren veel christenen bijeen om te bidden.
Romeinen 16 : 6 Doe de groeten aan Maria, die zoveel
voor u heeft gedaan.
|