Ida's levensloop

Het leven van Ida Peerdeman

Ina in 1933, schilderij M.e.-F.Op 8 juni 2002 las de bisschop van Haarlem mgr. J.M. Punt in een bomvolle Jaap Edenhal een verklaring voor waarin de bovennatuurlijke oorsprong van de verschijningen van Maria in Amsterdam aan de Amsterdamse zieneres Ida Peerdeman officieel werd erkend. De bisschop zei na gebed en theologische reflectie te hebben vastgesteld dat Ida Peerdeman tussen 1945 en 1961 in totaal 56 authentieke verschijningen van Maria heeft gekregen. De bisschop wees onder meer op de vele gevallen van wonderbaarlijke genezingen nadat men tot de «Vrouwe van Alle Volkeren» van Peerdeman had gebeden.

door Mohamed el-Fers

Voor Ida Peerdeman (1905-1996) kwam de erkenning te laat. Decennialang was zij in kerkelijke kringen omschreven als een hysterica. Ook de katholieke pers had haar vaak gedemoniseerd. Niet dat Ida te koop liep met haar Mariaverschijningen. Elk interview werd beslist afgewimpeld, dit nadat de KRO haar onheus had behandeld. Ida Peerdeman: «Dat was heel in het begin. De KRO had me wat moois geleverd en me uitgezonden met een zwart blokje voor mijn ogen. Ze beschouwden me als een hysterica.»
In 1996 stemde ze echter toe in een lang telefonisch interview. Het gesprek vond plaats op 20 april, gevolgd door een tweede op 22 april. Kort voor haar dood op 17 juni 1996 ontmoette ik haar in haar kapel aan de Amsterdamse Diepenbrockstraat. Het was een bijzondere conversatie, omdat Ida Peerdeman naar eigen zeggen dingen zei «die ze nog nooit eerder tegen iemand had gezegd». Ze sprak vrijuit over het onderzoek van de bisdommelijke commissie inzake haar Mariaverschijningen en het psychologisch onderzoek dat werd ingesteld op verzoek van de bisschop, en waaruit bleek dat zij volledig normaal was. Ida Peerdeman had geen beeldend voorstellingsvermogen, maar beschikte wel over een dosis relativerende humor, en was veeleer nuchter dan geëxalteerd.

De Alkmaarse jaren (1905-1913 )
Ida werd op 13 augustus 1905 in Alkmaar geboren. Ze was de jongste dochter van Rembertus Peerdeman en Helena de Boyer in een gezin van vijf kinderen. Ida werd geboren op de 8ste verjaardag van haar oudste zus Gesina. op dezelfde dag haar verjaardag viert. Omdat Gesina graag een pop wil hebben, nam vader haar mee naar de slaapkamer waar moeder met de pasgeboren Ida ligt. Is dát geen mooie pop. Gesina begint ze te stampvoeten en roept beledigd: “Zo’n pop wil ik niet! Ik wil een echte pop!”

Diezelfde dag werd Ida als Isje Johanna gedoopt in de parochiekerk van Sint Laurentius. De Kerk waar het relikwie van het Bloedwonder van Alkmaar werd bewaard.

Ida, in een door haar op 22 oktober 1979 opgestelde verklaring: In het jaar 1910 zijn mijn ouders, met ons, een zoon en vier dochters, naar Amsterdam Centrum verhuisd.Kort voor de Eerste Wereldoorlog, in 1913 verhuisde het gezin naar Amsterdam.

De eerste jaren in Amsterdam (1913-1917)
Ida is pas acht jaar wanneer haar moeder op 35-jarige leeftijd op 18 juli 1914 in het kraambed sterft, samen met de pasgeboren baby. De familie is zwaar getroffen door dit verlies. De oudste dochter, de dan 16 jarige Gesina, moet haar wens om verpleegster te worden opgeven. Ze doet haar best om voor haar drie zusjes en broertje Piet te zorgen. Pater Fréhe komt bij het moederloze gezin over de vloer. Vader reist als textielkoopman heel Nederland af, maar probeert toch zoveel mogelijk thuis te zijn.

Ida in 1979: "Dankzij mijn vader hebben we een prettige, huiselijke en vrolijke jeugd gehad. Hij ging altijd met ons naar de kerk en thuis werd gemusiceert en gezongen. Vader en mijn zusters speelde piano, mijn broer en ik viool."

Ida is vooral graag samen met haar broertje Piet, die haar begrijpt, met haar praat en haar troost als ze verdrietig is. Als katholiek gezin gaan ze zondags naar de Dominicuskerk, waar Ida ook haar Eerste Heilige communie doet en later zal worden gevormd. Verder is men thuis niet bijzonder vroom. Voor het eten wordt er gebeden, maar dat is ook alles.

Als kind gaat Ida elk weekend in een dominicaner kerk biechten bij pater Frehe, die later haar geestelijk leidsman zal worden. Frehe is allesbehalve lichtgelovig, maar persoonlijk ten diepste overtuigd van de echtheid van de boodschappen. Als theologisch geschoold Dominicaan onderwierp hij de door de zieneres overgebrachte schouwingen en woorden van de Vrouwe aan een uiterst nauwkeurig onderzoek. Als toegewijd en onbaatzuchtig zielzorger was hij tegenover iedereen mild en goed en vol zelfopoffering. Echt streng was hij alleen voor zichzelf en - als het de zaak van de Vrouwe van alle Volkeren betrof - voor de zieneres.

Maar hiermee lopen we te ver op de zaak vooruit. Want op 13 oktober 1917, de gedenkwaardige zaterdagmiddag in de rozenkransmaand, dezelfde dag waarop in Fatima het zonnewonder plaatsvindt, gebeurt er gelijktijdig iets wonderbaarlijks in Amsterdam.

Zaterdag 13 oktober 1917, dag van het Zonnewonder van Fatima
Op 12-jarige leeftijd is Ida getuige van een hemelse verschijning. Op zaterdag 13 oktober 1917, de dag waarop te Fatima het Zonnewonder plaatsvond, verscheen haar, na in de dominicaner kerk in de Amsterdamse Spuistraat te hebben gebiecht en ze de gebruikelijke weg naar huis neemt, aan het eind van de straat een overweldigend licht. In dat schitterend licht ziet ze een 'Dame in het wit'. De vrouw ziet eruit ziet als een zeer knappe joodse vrouw. Ze was gekleed in een lang wit gewaad en een sluier. Dit kan alleen de Heilige Maagd zijn, dacht Ida.
Met enigszins gespreide armen en een lieftallige, vriendelijke blik, staat Maria in het glanzende licht, zonder een woord te zeggen. Nog nooit in haar leven heeft Ida zoiets moois gezien. Als de vrouw vriendelijk gebaart, rent het meisje snel naar huis.
Begrijpelijkerwijze geeft vader haar de raad om er niet over te praten en alles maar snel te vergeten. “Vertel het in vredesnaam aan niemand. De mensen zouden denken dat je gek bent en je belachelijk maken. Dat is wel het laatste wat we kunnen gebruiken!” Daarom spreekt Ida er niet over, hoewel ze nogmaals hetzelfde beleeft op de twee daaropvolgende zaterdagen, 20 en 27 oktober 1917. Ook dan is Ida na de biecht op weg is naar huis, als . de vrouw weer glimlachend in het licht verschijnt zonder iets te zeggen.
Dit laatste speelt zich af in de maand waarin Maria in Fatima voor de laatste keer aan de drie herderskinderen verschijnt. Daar weet Ida niets vanaf. Pater Frehe, Ida’s vertrouweling en raadgever van de familie Peerdeman, heeft wel van de buitengewone gebeurtenissen vernomen. Maar ook hij geeft haar de dringende raad om alles voor zich te houden en er maar niet meer over na te denken. En zo blijft de eerste voorbereiding van Ida op haar latere Mariaverschijningen geheel verborgen.

Als vele jaren later de Vrouwe van alle Volkeren aan haar verschijnt, herkent Ida deze onmiddellijk als dezelfde 'Dame in het wit'. 33 jaar later – bij de 25ste verschijning – vraagt Ida bezorgd aan de Vrouwe: “Zullen ze mij geloven?” Dan herinnert Maria haar zelf aan de drie verschijningen van 1917 wanneer zij antwoordt: “Ja. Daarom ben ik vroeger reeds tot je gekomen toen gij het niet begreep. Dat was toen ook niet nodig. Dat is het bewijs geweest voor nu” (10 december 1950). Dat betekent: deze verschijning is geen misleiding maar werkelijk Maria, net zoals destijds.

Na twee jaar mulo wil Ida graag verder leren om, net als haar zuster, kleuterleidster te worden. Maar na een praktijkles wordt ze naar huis gestuurd met de mededeling: “Helaas bent u er niet voor geschikt. U heeft te weinig fantasie en voorstellingsvermogen.”

De Boldoot-jaren (1921-1948)

Teleurgesteld gaat Ida Peerdeman in 1921 aan het werk bij Boldoot, de fabriek bekend van het gelijknamige reukwater aan de Haarlemmerweg. Ze begon er als jongste bediende op de administratieafdeling van de Boldootfabriek aan de Haarlemmerweg. Haar collega’s mogen haar graag vanwege haar lieve en bescheiden karakter.

Op 13 augustus 1921, Ida's 16e verjaardag, krijgt zij van pater Teppema o.p. een gebed dat zij tot haar dood elke dag zal bidden.

De 20 jarige Ida heeft veel bewonderaars maar voelt zich niet tot het huwelijk geroepen. In deze tijd krijgt Ida steeds meer te lijden van demonische aanvallen. Ook nu nog herinnert Heleen, de dochter van Ida’s broer Piet, zich heel precies wat er in de familiekring allemaal verteld werd over deze tijd waarin zij zoveel te lijden had van demonische kwellingen.
Tijdens een wandeling door de stad wordt Ida’s aandacht getrokken door een man. Hij is helemaal in het zwart gekleed, net als een priester. Zijn akelige doordringende blik beangstigt haar. Ze probeert hem te ontwijken en versnelt haar pas. Haar achtervolger is echter sneller, pakt haar hard bij de arm en probeert haar de gracht in te sleuren om haar te verdrinken. In dit levensgevaarlijke ogenblik hoort Ida een zachte stem die haar geruststelt en hulp belooft. Op hetzelfde moment laat de zwarte figuur haar met een afschuwelijke kreet los en verdwijnt spoorloos. Daarop geeft vader aan Gesina de opdracht om haar jongste zus elke dag naar haar werk te brengen en ‘s avonds weer af te halen.
Maar opnieuw ontmoeten zij deze sinistere persoon. Hij laat een kille lach horen maar durft Ida niet aan te raken. Nog een derde keer wordt het 20-jarige meisje benaderd door de duivel. Dit keer probeert hij haar op geraffineerde wijze te betrekken in een dodelijk ongeval. Hij doet zich voor als een hulpbehoevende oude vrouw die beweert Ida van de kerk te kennen. Ze noemt het meisje een adres en nodigt haar uit gauw eens langs te komen. Ida slaat dit af maar stemt wel in om haar naar de overkant van de straat te begeleiden. Een verlammende angst overvalt haar als haar arm midden op straat opnieuw als door een klauw in een ijzeren greep wordt genomen. Ze slaakt een kreet en weg is satan. Hij heeft haar recht voor de naderende tram 10 getrokken die maar net op tijd kan stoppen. Het scheelde maar een haar of Ida zou overreden zijn. Als haar broer Piet met zijn aanstaande zwager op zoek gaat naar het adres dat door de oude vrouw is opgegeven, treft hij slechts een oud, leeg huis aan.

Wel begonnen er ook thuis manifestaties die in een Polter geist-film niet zouden hebben misstaan. Lampen gingen woest heen en weer. Deuren openden en sloten zich vanzelf. De wijzers van de klok gingen als waanzinnig geworden ronddraaien. De oven die zelden werd gebruikt, begon vanzelf te roken. Ida wordt hevig door demonen belaagd en het hele gezin lijdt mee - zoals Ida’s broer Piet later aan zijn dochter Heleen vertelt. Als bijvoorbeeld pater Frehe in de pastorie zich gereed maakt om de familie Peerdeman te gaan bezoeken, begint Ida op hetzelfde moment te vloeken en te tieren. Ze beschikt plotseling over zulke grote lichamelijke krachten dat ze een zware stoel tot boven haar hoofd kan tillen. Haar stem is totaal veranderd.

Zoiets kennen wij uit het leven van de heilige karmelietes Mirjam van Abellin (Mirjam Baouardi, in 1846 geboren in het dorp Abellin, gemeente Nazareth in Palestina). Net als Ida moest ook deze heilige Arabische karmelietes eerst zo’n bezetenheid doormaken voordat zij klaar was om de grote genade te ontvangen.
Het hele gezin Peerdeman is er getuige van als de lamp in de woonkamer heen en weer zwaait, de deurbel plotseling en zonder ophouden begint te rinkelen en alle stoppen doorslaan. Als deuren en kasten vanzelf openvliegen, kan het gebeuren dat vader Peerdeman schertsend opmerkt: “Kom allemaal maar binnen. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd.” Pater Frehe had hem aangeraden om zo weinig mogelijk aandacht te schenken aan demonische kwelgeesten.
Vaders onverschrokkenheid steunt alle gezinsleden. Ze proberen zo weinig mogelijk belang aan de vreemde voorvallen te hechten. En als ze het bijzonder zwaar te verduren hebben, spreken ze elkaar moed in met een veelbetekenend: “Kom op jongens, lachen! Want als wij niet lachen, dan doen de duiveltjes het, en dat plezier gunnen we ze niet!” Maar als de arme Ida op een keer een onzichtbare hand om haar hals voelt die haar probeert te wurgen en de aanvallen steeds heviger worden, ziet pater Frehe in dat hij een exorcisme over haar moet uitspreken.

Met toestemming van de bisschop van Haarlem wordt Ida onderworpen aan de eeuwenoude uitdrijvingsrituelen van het exorcisme. Na de nodige besprenkelingen met wijwater, horen de gezinsleden een satanische stem, die door Ida’s mond de priester hatelijk beschimpt. Pas na de opleggingen van relikwieën en kruisbeelden verlaat Satan met tegenzin haar lichaam. Het laatste wat de duivel tegen pater Frehe zegt is: «Jullie priesters, ik zal klaarkomen met jullie!» Op weg naar huis raakt de pater ernstig gewond als gevolg van een val door een ijzeren rooster. Ook op andere manieren ervaart pater Frehe de woede van de demonen. Zo worden beiden - Ida en haar leidsman - twintig jaar lang geestelijk voorbereid op de komst van de Vrouwe van alle Volkeren.

In 1928 krijgt Haarlem een nieuwe bisschop: Joannes Dominicus Joseph Aengenent (1928-1935).

Vader Peerdeman, die nooit hertrouwde, stierf op 17 juni 1934. Hij wordt begraven op Barbara. Kort daarop verhuizen Ida en haar drie zusters vanuit Amsterdam Centrum naar de Uiterwaardenstraat 408-3 in de Rivierenbuurt, waar ze tot begin '80-er jaren zal blijven wonen.

Een nieuwe woning en een nieuwe bisschop in Haarlem, de Amsterdammer Jan Huibers (1935-1960).
Dagelijks vertrekken Ida en haar zus richting Haarlemmerweg. Bij het Westerpark scheiden hun wegen. Ida slaat linksaf om langs de Westergasfabriek naar Boldoot te lopen, zus gaat onder het spoor langs de Maria Magdalenakerk de Spaarndammerstraat in, waar ze als kleuteronderwijzeres werkt. Uiteindelijk komt Ida als assistant-tijdschrijver op de fabrieksvloer terecht.

Jarenlang verloopt nu Ida’s leven in alle rust. Slechts één keer - lang voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog - ziet ze, terwijl ze aan haar bureau bij Boldoot aan het werk is, geheel onverwachts in een visioen talloze uitgeputte soldaten voorbijtrekken.

De oorlogsjaren (10 mei 1940-25 maart 1945)
Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog krijgt Ida Peerdeman opnieuw visioenen. Het zijn beelden van de komende oorlog in Europa. Ze ziet de Oder gevuld met bloed, gevechten in de Betuwe, Mussolini opgehangen aan zijn voeten. Ze beschrijft in detail Hitlers Adelaarsnest-bunker in de bergen van Berchtesgaden. Tijdens deze visoenen staart ze in het oneindige en vertelt langzaam aan de aanwezigen wat ze hoort en ziet. Alles wordt in een apart schriftje opgetekend.
Terwijl Ida het aanstaand verloop van de oorlogsfronten ziet, tekent ze deze met gesloten ogen op de tafel. Haar broer geeft ze telkens met spelden aan op een landkaart. Wat ze ziet, stemt precies overeen met de laatste berichten van de illegale zender.
Ida, die niets van militaire strategie begrijpt, ziet in een andere visioen wat dan voor iedereen nog volstrekt onvoorstelbaar is, namelijk dat het op dat moment nog zo zegevierende Duitse leger door het Rode Leger bij Stalingrad omsingeld en in de tang genomen wordt. Al in mei 1940, op het hoogtepunt van de Duitse ‘successen’, ziet Ida het einde van Hitler en Mussolini. Zelfs Ida’s beste vrienden moeten lachen over deze voorzegging.

In 1941 krijgt Ida bij Boldoot een lichte hartaanval. De snel uit de Staatsliedenbuurt gehaalde dokter verbiedt haar met de fiets naar huis te gaan en besteld een taxi. Ida blijft zes weken ziek thuis.

Ida: "Al die toestanden, die moorden, oorlogen, aids. Vroeger dacht ik: wat is dat allemaal? Toen dacht ik dat het cholera was. Vroeger wist je nog niet van aids. Nu zie je het op televisie."

Deze periode van oorlogsvisioenen eindigde abrupt op 25 maart 1945.Nog niet alle gebeurtenissen hebben zich werkelijk voltrokken, als de Vrouwe van alle Volkeren haar voor het eerst sinds oktober 1917 weer verscheen.

De Verschijningsjaren (1945-1959)

Van 25 maart 1945 tot 1959 verscheen de Vrouwe haar 56 maal. De Vrouwe, omgeven door licht, sprak langzaam. Ida sprak haar na en haar zus, onderwijzeres in de Spaarndammerbuurt, tekende de teksten op. Toen de Vrouwe verscheen, sprak zij: Zeg mij na". Dat deed Ida, op verzoek van de tijdens haar eerste verschijning aanwezige pater Frehe "luid en duidelijk", terwijl haar zus, kleuteronderwijzeres in de Spaarndammerstraat, alles in schoolschriften optekende. Pater Frehe heeft haar opgedragen uitsluitend letterlijke teksten op te schrijven.
Ida Peerdeman: "Wat ik erbij zag, dat mocht niet. Het moesten zuiver de woorden van Maria zijn. Niet wat ik erbij zag."
Ook dicteerde de Heilige Maagd een gebed dat in alle bekende talen zou moeten worden vertaald (en inmiddels inderdaad in meer dan honderdmiljoen exemplaren over de wereld is verspreid).

Ida zal tot 1948 bij Boldoot werkzaam blijven. Uiteindelijk komt ze als assistant-tijdschrijver op de fabrieksvloer terecht. Na 28 jaar, in 1948, neemt ze afscheid van Boldoot. om onbetaald de zorg voor twee gehandicapte zonen van de familie Brenninckmeijer op zich te nemen.
Ida in 1979: "Eind 1948 bracht pater Frehe me in contact met een familie. Op hun verzoek heb ik de taak op mij genomen hun twee geestelijk gehandicapte zonen te bezoeken en met ze uit te gaan, om ze zodoende wat afleiding te bezorgen en hun moeder, die dit eerst dagelijks deed te verlichten. Ik heb dit zonder salaris te ontvangen, gedaan tot 1974."

Op 31 mei 1956 (Sacramentsdag) had Ida Peerdeman reeds haar 52ste verschijning. Bij die gelegenheid wees Maria haar vanuit de woning in de Uiterwaardenstraat 408-3 de plaats aan de Zuidelijke Wandelweg waar de Alle Volkeren-kerk zou moeten komen. De Vrouwe toonde Ida in een driedimensionaal visioen het model van de kerk, te bouwen op de plek waar tegenwoordig de Rai staat.
Ida schrok en zei: «Vrouwe, wat is dat nou? Dat is toch helemaal geen katholieke kerk? Geen torens, maar drie koepels, dat is toch helemaal geen katholieke kerk?"
Ida zou kort daarop nog eens flink schrikken als ze in het bioscoopjournaal beelden ziet van de Aya Sofya in Istanbul. Het is de kerk die de Heilige Maagd haar liet zien. "Als ik nu zo’n moskee zie, dan denk ik tjemig."

Twee openbare verschijningen
Tegenover buitenstaanders hield Ida jarenlang stijf de lippen op elkaar. «Niemand, zelfs onze beste kennissen niet, wisten van mijn verschijningen.»
Dat veranderde toen de Heilige Maagd tijdens de mis in een bomvolle Thomaskerk in de Amsterdamse Rijnstraat plotseling in vol licht aan haar verscheen. Ida Peerdeman: «Vreselijk vond ik het. Toen hoorde ik ineens Haar stem die zei: ‹Sta op en kom naar de kapel.› Dat was een klein kapelletje achterin, waar ze ook wel stoelen neerzetten. Meer een hok. Toen is het begonnen. Een licht ging me voor. Ik liep er achteraan, dwars door die bomvolle kerk heen. Toen Maria weer verdwenen was, schrok ik van al die mensen om me heen. Alle mensen bleven in de Rijnstraat staan wachten. Wij zijn toen via de achteruitgang van de pastorie in de Lekstraat met de taxi gauw naar huis gegaan. Een van die paters stond bij de uitgang en zei: ‹Mensen loop toch door, die juffrouw is hysterisch.› Dat was het eerste wat ik hoorde.»
De pastoor zou aan Ida vragen of ze niet op een wat passender moment van de heilige mis haar verschijningen kon hebben — het gaf zo’n onrust. «Een paar paters vonden dat ze al die herrie in hun kerk niet konden hebben.»

Inmiddels houden de Amsterdamse verschijningen de katholieke wereld in hun ban. De twee openbare verschijningen die plaatsvonden in de St. Thomas-kerk waren voor Ida zeer ingrijpende gebeurtenissen. Ze haalt er zelfs de krant mee. In eerste instantie laat bisschop Huibers in 1951 weten dat hij geen bezwaar heeft tegen het door Maria gedicteerde gebed en de op aanwijzingen van de zieneres vervaardigde afbeelding van Maria, maar laat weten dat hij niets bovennatuurlijks zien in de gebeurtenissen.

Het onderzoek
Ida moest zich in 1955 onderwerpen aan een onderzoekscommissie waarin onder anderen de latere kardinaal dr. J. Willebrands en de katholieke psychologe J.M. Perquin-Gerris zaten. Ze werkte mee, maar ze had haar bedenkingen.
Ida Peerdeman: «Over die verschijningen mocht ik eerst helemaal niets vertellen. Wel moest ik in Heiloo naar die psychologe. Kreeg ik een foto voor mijn neus. Een vrouw die via een raam naar buiten keek. Daar moest ik over vertellen wat ze dacht. Ik zei: dat is een plaatje, mevrouw. Toen werd ik alleen gelaten en moest ik opschrijven waar ze over dacht. Ik heb een regel geschreven en zo’n half uur met mijn armen over elkaar gezeten. Ik had geschreven dat het een plaatje was en dat ik onmogelijk kon weten wat die vrouw op dat plaatje denkt. Nou, die psychologe was razend. Ze zei me dat er mensen waren die wel twintig bladzijden volschreven. Daarna kreeg ik platen met inktvlekken. Wat ik daarin zag? Ja, gewoon inkt die was uitgelopen. Vroeg ze me of ik er misschien een hondje, een paard of een gezicht in zag. Nou, dat kon ik er niet in ontdekken.
En met Pasen, we waren net aan het paasontbijt, belde de psychologe met een prangende vraag. Wilde ze weten of ik borstvoeding had gehad.»

Uit het psychologisch dat is ingesteld op verzoek van de bisschop, blijkt dat zij volledig normaal is. Ida heeft geen beeldend voorstellingsvermogen, maar is veeleer nuchter en fantasieloos.

Dat de kerkelijke top eerst tegenwerkt, is gebruikelijk; dat was ook in Lourdes en Fatima het geval.

Ida over deze commissie onder mgr. Huibers: "Ja, die waren gelijk al tegen. U begrijpt wel hoe dat aangepakt werd. Degene die erover ging, die leeft nog. U hebt ze misschien wel eens gezien op tv, die mooie heren."

Het commitee van de Haarlemse bisschop veroordeeld in juli 1954 de boodschappen van Ida met de mededeling dat de Heilige Maagd Maria ze nooit kan hebben gezegd en verbied iedere vorm van publikatie van de boodschappen alsook de afbeelding.

In 1955 wordt de veroordeling opgenomen in het Analecta van het Bisdom Haarlem. Blijkbaar trekken de fans van Maria zich hier weinig van aan, want op 7 mei 1956 laat Mgr. Huibers in een communiqué opnieuw weten dat de verering van de Amsterdamse Mariaverschijning verboden is, er niets buitenaards aan de hand zou zijn bij Ida Peerdeman en dat ook de verspreiding van haar boodschappen verboden is.

Op 2 maart 1957 wordt dit communiqué nogmaals geconfirmeerd door bisschop Huibers. Omdat hij er niet in slaagd de devotie te stoppen, hopen dat een brief van Rome meer indruk zal maken. Op 13 maart 1957 onderschrijft het Heilig Office in Rome de eerdere veroordelingen van de bisschop (prot. N.511/53). De brief is ondertekend door secretaris Joseph Cardinaal Pizzardo, die bisschop Huibers feliciteerd met zijn voorzichtigheid en wijsheid.

De Belevenisjaren (1958-19)

Vanaf 1958 kreeg Ida visioenen en ervaringen die meestal in nauwe betrekking staan tot de heilige mis en daarom de 'Eucharistische Belevenissen' worden genoemd.

In 1959 verbied bisschop Huibers het boek 'Maria en de verschijningen te Amsterdam' van dr Louis Knuvelder, uitgegeven bij Pax in Den Haag.

Op 22 juni 1959 veroordeeld het Heilige Office in Rome opnieuw de verschijningen van Ida als 'pseudo' en onderschrijft het verbod op het boek van dr. Knuvelder.

In 1960 volgt Joannes Antonius Eduardus van Dodewaard (1960-1966)
bisschop Huibers op.

Op 25 augustus 1961 schrijft het Heilig Office (Prot. N. 511/53) dat na serieuze consultatie het eerder gegeven oordeel definitef is en de zaak niet opnieuw geopend hoeft te worden.

Het door Ida voorspelde Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) wordt in 1962 door paus Johannes XXIII geopend.

Ida's getrouwde broer Pieter Jacobus Peerdeman overlijd op 2 februari 1964.

Theodorus Henricus Johannes Zwartkruis (1966-1983) volgt in 1966 bisschop Van Dodewaard op. Onder bisschop Zwartkruis kwam het opnieuw tot een onderzoek. Hoewel een lid van zijn onderzoekscommissie liet weten dat Lourdes op mindere gronden door de kerk was erkend, verbood Zwartkruis de devotie.

In 1966 treed Ida in tot de Militia Jesu Christi, waar ze eerst haar jaarlijkse gelofte aflegd, om op 9 oktober 1977 haar eeuwige gelofte af te leggen.

Op 12 Februari 1967 sterft de man die gedurende 50 jaar (van 1917 tot 1967) de geestelijk leidsman en biechtvader van zieneres Ida Peerdeman was geweest: pater J. Frehe O.P.

In 1970 bereikt Ida de pensioengerechtigde leeftijd. Vanaf 1970 is ze werkzaam op het secretariaat in de Diepenbrockstraat 3. Het pand is dan eigendom van de Paters van het Alklerheiligst Sacrament.
Ida in 1979: Omdat er daar geen hulp was, hebben mijn drie zusters aangeboden, op vrijwillige basis, daar de huishouding op zich te nemen.

Hier zou Ida Peerdeman uiteindelijk de laatste jaren van haar leven doorbrengen.

Ook onder mgr. Theodorus H.J. Zwartkruis, bisschop van Haarlem van 1966 tot '83 was er weinig begrip voor mej. Peerdeman.
Opnieuw laat het Heilig Office op 24 mei 1972 weten dat Rome de Amsterdamse devotie verbied. Deze brief was ondertekend door kardinaal Seper. Op 29 januari 1973 herhaalt de Haarlemse bisschop deze veroordeling. Het zit de Hoge Heren blijkbaar noagal hoog, want op 25 mei 1974 herhaald het Heilig Office opnieuw haar negatief oordeel over de Amsterdamse verschijningen aan Ida Peerdeman.

De bisschop van Haarlem, Mgr Huibers, vertelde aan Ida dat hij blij was dat Maria in zijn bisdom was verschenen. Maar net als zijn opvolgers Mgr. Doodewaard en Mgr. Zwartkruis durfde de bisschoppen de confrontatie met de modernisten niet aan.

Ida Peerdeman heeft altijd de openbaarheid geschuwd en gepoogd een zo normaal mogelijk leven te leiden.

Ida Peerdeman: «Er was wel eens iemand die zei dat het onbegrijpelijk was dat ze het niet aannamen. Antwoordde ik met: de kerk moet voorzichtig zijn. Dat zie je nu in Amsterdam met die andere verschijningen (van O.L. Vrouwe ter Staats in Stadsdeel Westerpark — me-f). Stel je voor...»


Het schilderij van de Vrouwe
Toen op 26 juni 1970 het schilderij naar de Diepenbrockstraat 3 verhuisde, heette het dat het er 'voorlopig' werd geïnstalleerd. Tot op heden hangt het er, maar na realisatie van de door Maria verlangde kerk, zal het daar moeten komen te hangen..

Toen de garage van de Diepenbrockstraat in 1976 tot een kapel werd omgebouwd, trad Ida wat meer naar buiten. Zij bad daar vaak de rozenkrans voor en stond bezoekers uit binnen- en buitenland vaak persoonlijk te woord.

Op 9 oktober 1977 legt Ida haar eeuwige gelofte af voor de Millicia Jesu-Christi'.

Op 1 september 1980 sterft Ida's oudste zus Gesina J. Peerdeman, geb 13 augustus 1897.

Ida's tweede leidsman, pater Kerssemakers s.s.s., overlijd in 1981. Na een mislukte poging de pater in de tuin van de Diepenbrockstraat te mogen begraven, komt hij eerst op begraafplaats Buitenveldert te liggen, waar zijn graf gesiert wordt met de bronzen afbeelding van Maria van Alle Volkeren. Later volgt er een bijzetting in de Peerdemans-tombe op de Sint Barbara-begraafplaats.

Henricus Joseph Aloysius Bomers CM (1983-1998) volgt in 1983 bisschop Zwartkruis op. De wereldwijde verering van de Amsterdamse Maria bleek niet meer te stoppen. Ook bisschop Bomers wordt gekonfronteerd met de niet aflatende aanhang voor de verschijningen van de Allerheiligste Moedermaagd in zijn diocees.

1 september 1990 sterft Ida's zus Johanna M. Grothues Heidkamp-Peerdeman, geboren 6 juni 1899.

Erkenning en dood in 1996

De laatste jaren van haar leven werd Ida Peerdeman net als in haar jeugd weer overvallen door duistere machten. Toen ze medio jaren tachtig ging wonen aan de Amsterdamse Diepenbrockstraat werd ze diverse malen uit haar bed opgetild, heen en weer gerammeld en in een hoek van de kamer gekwakt .

Zoals de Vrouwe haar voorzegd had, zouden lichamelijk en geestelijk lijden haar niet bespaard blijven.

Deze eenvoudige vrouw met twee jaar voortgezet onderwijs ontbeerde theologische kennis toen zij werd geconfronteerd met beelden, woorden en opdrachten die haar vaak verwarden en angstig maakten.

Velen namen haar niet serieus. Hetzelfde gold voor de boodschappen die zij moest doorgeven. Vaak moest zij onbegrip, ongeloof, ja zelfs spot en vernederingen ondergaan. Toch heeft niemand haar persoonlijke integriteit in twijfel getrokken. Bovenal werd van haar onmenselijk geduld gevraagd, wat vaak haar geloof en vertrouwen op de proef stelde. Na al die jaren met haar drie zussen te hebben geleefd, komen die de een na de ander te overlijden. Ida krijgt zelf borstkanker, maar liet zich uit angst voor verblijf in het ziekenhuis pas zeer laat opereren. Bovendien heeft ze al sind het begin van de Tweede Wereldoorlog een hartkwaal.

Tot aan het eind van haar leven bleef zij echter zichzelf, de eenvoudige vrouw met een opgewekt karakter, wars van elk eerbetoon. Ida wist dat het allemaal wel goed zou komen. Een paar weken voor haar dood sprak ze: «Een bisschop vanuit Rome zei me: Ida, het is nu al vijftig jaar. En na vijftig jaar is alles nu pas uitgekomen. We leven midden in de boodschappen. Het is allemaal uitgekomen.»

Het is de Haarlemse bisschop Bomers die met instemming van Rome, een eind maakte aan het bisschoppelijk verbod op de verering van Ida’s Maria onder de titel Vrouwe van Alle Volkeren.

Na meer dan 50 jaar wachten beleefde de hoogbejaarde zieneres dat op 31 mei 1996 de openbare devotie voor de Amsterdamse Mariaverschijning weer werd vrijgegeven. Daarna ging haar gezondheidstoestand snel achteruit.

Ida Peerdeman stierf op 17 juni 1996. Haar uitvaartmis werd geleid door bisschop Bomers. Postuum werd haar op het graf het habijt van de nonnen van de Familie van Maria Medeverlosseres verleend. Haar woning is nu het centrum van waaruit dagelijks pallets vol bidprentjes en afbeeldingen van de Amsterdamse Mariaverschijning over de hele wereld verzonden om zo «de verwording» van de wereld te voorkomen.

OPMERKINGEN?

Heeft u aanvullingen, correcties etc, op de biografie van Ida Peerdeman, schrijf het in ons Ida-board om dit bekend te maken.

Handtekening Ida Peerdeman
Handtekening van Ida Peerdeman onder verklaring van 22 oktober 1979 (Uit archief van de auteur)
.


DE DVD's VAN TÜRKEVI EN MOKUM TV

Maria DVD
Mevlana

Oilwrestling

Mehter Maria

Met niet minder dan 4 DVD's en 1 CD viert Turks Huis dat het in 2004 op de kop af 40 jaar geleden is dat de eerste Turkste gastarbeiders werden gecontracteerd door de Nederlandse overheid. Bovendien vieren we in 2005 dat het dan 1000 jaar geleden is dat Graaf Dirk III als eerste geregistreerde Hollander het gebied van het huidige Turkije bezocht. Daarover zal in de loop van het volgend jaar een speciale cd verschijnen in de serie World History: The Ottoman Heritage, een project van Türkevi in samenwerking met MokumTV Amsterdam..

De 4 DVD's zijn: De tolerante islam van Mevlana, met naast de veelgeprezen documentaire van auteur en Mevlana-biograaf Mohamed el-Fers het complete integrale ritueel van de Wervelende Derwisjen.

De DVD Maria in de Koran heeft naast de verfilmde verzen uit hoofdstuk 19 over Maria in de Koran als extra's o.a. het unieke interview met Mariazieneres Ida Peerdeman en beelden van haar sterfhuis in Turkije. Met Zijne alheiligheid Bartholomeos I, Patriarch van de Orthodoxe Kerk, Zijne hoogwaardige eminentie mgr. Jozef Punt, bisschop van Haarlem, Mariaal auteur Robert Lemm en Ida Peerdeman.

Op de DVD Oil over Europe 1 is het genieten van drie jaar Europees Kampioenschap Turks Olieworstelen. Een must voor de liefhebbers van no-nonsence traditioneel olieworstelen door beren van kerels in leren broeken. Ideaal cadeau voor de katholieke vrouw om op sportieve wijze kennis te nemen van het bestaan van andersgelovigen.

Op de DVD Mehter in Holland zien we het befaamde Sultanale strijdorkest voor het Koninklijk Paleis op de Dam en tijdens de EK Olieworstelen in Amsterdam. Lees het verslag over Inegöl-mehter op de Zaanse Schans en geniet van de Harbiye Asker Mehter van het Militair Museum van Istanbul.. Als extra bonus The Making of... Undercover, een docudrama naar het boek Hoe gevaarlijk zijn de Turken en The Seal and Seat of Sultan Abdülhamid II. De productie van de DVD's was in handen van Veyis Güngör. Camera en samenstelling: Mohamed el-Fers.

HOME

bibliografie

  • Een op 22 oktober 1979 opgestelde en door Ida Peerdeman ondertekende verklaring, in bezit van de auteur.
  • Dr. Louis Knuvelder, Maria en de Verschijningen te Amsterdam, s'Gravenhage 1959.
  • H.A. Brouwer a.a., De boodschap can de Vrouwe van Alle Volkeren, Amsterdam 1967.
  • Ida Peerdeman, de boodschappen van de Vrouwe van alle Volkeren, Amsterdam 1979 en 2003
  • Interview Ida Peerdeman in de Groene Amsterdammer van 29 juni 2002
  • Dr. G. Th. H. Liesting S.S.S., Het zal met de jaren uitkomen, inleiding op de boodschappen van de Vrouwe van Alle Volkeren, Amsterdam 1974.
  • P.J. Margry en C.M.A. Caspers (red.), Bedevaartsplaatsen in Nederland, deel 1, Hilversum 1997.
  • P.M. Sigl, Die Frau aller Völker, Miterlöserin, Mittlerin, Fürsprecherin, Goldach 1998.
  • Robert Lemm, De Vrouwe van Alle Volkeren, Soesterberg 2003.
  • Ester Kruk, Zoals sneeuwvlokken over de wereld dwarrelen, de hedendaagse devotie rond Maria, de Vrouwe van alle Volkeren, Amsterdam 2003.

OPMERKINGEN?

Heeft u aanvullingen, correcties etc, op de biografie van Ida Peerdeman, schrijf het in ons Ida-board om dit bekend te maken.

AANVULLINGEN

Ook als u een anecdote over Ida Peerdeman kent, deel deze dan met de bezoekers van deze website. U kunt uw verhaal hier kwijt

Ida's leven
Kende U Mariazieneres Ida Peerdeman persoonlijk gedurende haar leven?

Ja
Nee

 

 

 

HOME